Zo de wind waait …?

Gepubliceerd: Vrijdag 07 september 2018 17:43

Zo de wind waait …?

Columnist Jan de Rond wil dat overheden het heft in eigen handen nemen als het gaat om windmolenpark.

In de Rosmalense polder (tussen ’s-Hertogenbosch en Oss) bestaan plannen om circa tachtig enorme windmolens te bouwen. De plannen zijn ontwikkeld door een bewonerscollectief (boeren) en een bedrijf. Deze ontwikkeling staat niet op zichzelf. Het past in een al meer dan tien eeuwen bestaande traditie van grootschalige sociale innovaties (coöperaties) op het platteland die zich in elkaar opvolgende golven richt op waterbeheersing (twaalfde eeuw), gezamenlijk grondgebruik (dertiende tot negentiende eeuw), risicospreiding (eind negentiende eeuw) en sinds kort duurzaamheid (eenentwinigste eeuw).

Duurzaamheid
Begin eenentwinitigste eeuw ontstaat de vierde golf coöperaties. Er starten nieuwe collectieve bewegingen gericht op milieu, energievoorziening en duurzaamheid.

Boeren uit het dorpje Creil in de Noordoostpolder besluiten eind twintigste eeuw van de wind te gaan leven. Zij realiseren in 2017, na 23 jaar voorbereiding, een van de grootste windmolenparken van Nederland op de grens tussen land en water, op de IJsselmeerdijk tussen Urk en Lemmer.

Klein maar dapper
In navolging van de boeren in de Noordoostpolder maken nu boeren tussen ’s-Hertogenbosch en Oss plannen om een windmolenpark in de Rosmalense polder te realiseren. Zij hebben jammer genoeg een projectontwikkelaar die grondposities had verworven in deze polder, niet buiten de deur kunnen houden. Iets wat de boeren in de Noordoostpolder wel was gelukt. Jammer.

In tegenstelling tot projectontwikkelaars zijn lokale, kleine bedrijven en bewoners gevoelig voor de plaatselijke omstandigheden en gevoelens. Zij willen en moeten nog generaties vooruit met elkaar en hun omgeving en houden er uit goed begrepen eigen belang terdege rekening mee.

Begrippen als onderlinge verbondenheid, eigen regie, plezierig en mooi blijven wonen, verbinding zoeken en samen lasten en lusten delen worden door de plaatselijke initiatiefnemers, het Windcollectief Oss – Den Bosch, regelmatig in de mond genomen.

Dit past in de al tien eeuwen bestaande traditie van sociale innovaties op het platteland. In tegenstelling tot de stad verhuizen mensen op het platteland niet snel. Doorgaans komt de grond van de buurman maar eens in je leven te koop en krijg je zo’n twee keer nieuwe buren.

Waait het wel genoeg?
Een windmolenpark in de Rosmalense polder (1.700 hectare) ontwikkeld door de lokale bewoners, boeren, lijkt een leuk en sympathiek plan. Maar, waait het daar wel genoeg? Het waait er vast minder dan in de winderige Noordoostpolder (46.000 hectare). Financieel technisch zal het wel uit kunnen, maar elders in winderig Noord-Nederland is vast meer milieu-, energie- en financieel rendement uit de benodigde moeite en investeringen te halen.

We rommelen wat aan!
Adriaan Geuze, vermaard landschapsarchitect, maakte zich in het programma Zomergasten op 16 augustus 2015 grote zorgen over de verrommeling van Nederland en het gebrek aan ambities. Geparafraseerd zei hij: We hebben de wereld met 10-0 verslagen door onze traditie van land maken. Heel de vorige eeuw stond in het teken van landinrichting en inpoldering. Sinds de eeuwwisseling houden we ons bezig met procedure geneuzel, gekeuvel en geklets. Kijk maar naar de stroken langs de snelweg bij Leiderdorp. We rommelen maar wat aan.

Visie
In de Noordoostpolder (46.000 hectare) werd begin deze eeuw de verrommeling tegen gegaan door het lukraak bouwen van windmolens op boerenerven te ontmoedigen. Dat ging niet zonder slag of stoot. Besloten werd de gewenste molens gegroepeerd langs de randen van de polder, op de grens tussen land en water, toe te staan.

In de verrommelde Zuidelijk Flevopolder (43.000 hectare) wil de gemeente Zeewolde (25.000 hectare) nu het voorbeeld van de Noordoostpolder volgen en sturend optreden bij de vervanging van tweehonderd verspreide windmolens door negentig geplaatste molens.

Waar willen we met ons land naar toe?
Nederland is in de achter ons liggende tien eeuwen ontstaan uit een heroïsche traditie van baggeren, polderen en werken tegen de natuur. De traditie van bouwen aan het landschap heeft geresulteerd in bijzondere landschappen. Vanzelfsprekendheden die door eeuwen van werken tegen de natuur zijn ontstaan moeten plaatsmaken voor een ruimtelijke inrichting gebaseerd op werken mét in plaats van tegen natuurlijke systemen.

Op basis van het principe ‘werk mét de natuur mee’ zijn in opdracht van het Planbureau voor de Leefomgeving (Challenge landschappen 2070) een aantal visies uitgewerkt, o.a. door Karres+Brands met als titel ‘De zeven nieuwe Nederlanden’. In deze visie worden de Nederlandse rivierengebieden gekarakteriseerd door open landschap, ruimte voor de rivier, natte landbouw en compacte steden. Als een bijzonder landschap met een eigen bestuursvorm die zich laat leiden door het landschap.

Molens worden in de visie van Karres+Brands gedacht waar het (echt) waait, hun ‘Deltaland’ (Noord- en West Nederland) en dus niet of nauwelijks in Zuid-Nederland (Brabant en Limburg). Of is ons rivierengebied langs de Maas hierop een uitzondering?

s-Hertogenbosch en Oss, wat wilt u?
In tegenstelling tot de afgelopen tien eeuwen maken wij Nederlanders geen nieuwe grond en polders meer. Grond is een schaars goed geworden, zeker vruchtbare poldergrond in een open landschap!

Grondgebruik die je ‘weggeeft’ krijg je niet zomaar terug. Het landschap verander je niet voor eventjes maar voor tijden. Open landschap verandert wezenlijk als je op een klein gebied (1.700 hectare) een aanzienlijk aantal (tachtig) hoge elementen neerzet. Bijna net zoveel als in de 27 maal grotere Noordoostpolder.

Overheid, neemt het stuur in handen, vorm uzelf een oordeel, bepaal wat u wilt en neem een weloverwogen besluit over de toekomst van uw en ons landschap!

Jan de Rond
Boerenzoon, geboren in West-Brabant en via de Noordoostpolder (waar hij opgroeide), Twente, West-Brabant en de Randstad in 1990 gaan werken in Oost-Brabant.

Deel deze pagina: