Gastcolumn: 'Verkeer(d). Feiten en cijfers'

Gepubliceerd: Maandag 18 februari 2019 09:56

Gastcolumn: 'Verkeer(d). Feiten en cijfers'

Het aantal dodelijke verkeersslachtoffers lijkt na een jarenlange daling weer iets te stijgen en te consolideren rond de 625. Dat is uiteraard 625 te veel, nog daargelaten het aantal ongevallen met zwaargewonden die meestal voor het leven getekend of gehandicapt zijn. Toch is het de moeite waard één en ander eens tegen het licht van de cijfers te bezien.

De meest donkere periode in de Nederlandse geschiedenis zijn de jaren 1970, 1971 en 1972 toen er jaarlijks ruim 3.200 verkeersdoden te betreuren vielen. In het jaar 2000 waren dat er nog 1.160 en in 2013 en 2014 beide jaren 570. Sindsdien tellen we drie jaren op rij van rond de 625. (bron: Datagraver.com gebaseerd op cijfers van het CBS).

Den Bosch heeft zeker bijgedragen aan het grote aantal doden eind jaren 60 en de vroege jaren 70. Denk alleen maar eens aan de spoorwegovergang die ter hoogte van Orthen -een belangrijke noord-zuid verbinding, die van Utrecht naar Eindhoven-, op grove wijze doorbrak. Vele chauffeurs hebben in hun haast en overmoed gedacht nog even een snelle oversteek te kunnen maken. En haalden het niet. Nu nog vind je op kerkhof Orthen meerdere graven naast elkaar van jonge mannen die op dezelfde dag zijn overleden. Ze zaten samen in dezelfde auto. Dit was indertijd aanleiding om de aanleg van tunnels en hoogspoor te bespoedigen.

10 miljoen voertuigen
In 1970 telde Nederland iets minder dan 13 miljoen inwoners en nog geen kwart van het aantal voertuigen dat nu over onze wegen dendert. Het Algemeen Dagblad voorspelt (29-09-2018) dat we binnenkort de 10 miljoen voertuigen halen. Daarvan meer dan 8 miljoen personenauto’s. Met de huidige ruim 17 miljoen inwoners (Bron: Eurostat, Wereldbank) is dat bijna 1 auto per 2 inwoners.

Kennelijk is er iets erg goed gegaan als het gaat over het terugdringen van het aantal dodelijke verkeersslachtoffers. Wie herinnert zich niet de overheidscampagnes ‘glaasje op laat je rijden’ en ‘inhalen, vergeet het maar’. Tenminste, als je boven de 50 bent. Het was in de vroege jaren 70 immers geen groot vergrijp om met drank op achter het stuur te kruipen. En die langzaam voortbewegende eendjes en R4-tjes moest je natuurlijk wel inhalen op de provinciale weg. Het op deze manier beïnvloeden van het gedrag van weggebruikers heeft bijgedragen tot de bedoelde afname van het aantal doden. Meer concrete acties ook. Zoals het verplicht stellen van het dragen van een helm voor motorrijders (1972), bromfietsers (1975), en het dragen van een autogordel (1976).

E-Bikes

Ik heb geen gegevens kunnen vinden over het aantal kilometers vrij liggende fietspaden in Nederland. Maar ik ben er zeker van dat dit een veelvoud is van de jaren 70. Ook al doen de Fransen een beetje meewarig over onze ‘pistes cyclable’, het gaf mij toch een geruststellend gevoel als mijn echtgenote in het verleden met één kind voor op de fiets en één op de bagagedrager de dagelijkse gang van en naar school maakte. We hebben er zeker fenomenen bij gekregen die de verkeersmanagers enkele tientallen jaren geleden ook niet hadden kunnen voorzien. Zoals de herintroductie van de Vespa -sindsdien zijn scooters weer een rage- en de ontwikkeling van de e-Bike waardoor vaak wat oudere mensen soms met snelheden op oversteekplaatsen en rotondes afkomen die je normaal gesproken niet zou hebben kunnen vermoeden. Dit heeft er zeker toe bijgedragen dat het aantal verkeerdoden niet verder daalt.

Rotondes
Om even op die rotondes terug te komen; misschien zijn we daar wel een beetje in doorgeschoten. Als automobilist moet je vier ogen hebben om veilig de rotonde op de kruising Aartshertogenlaan-Rompertsebaan over te steken. Fietsers en brommers benaderen je op ieder punt van beide zijden. Dat geldt ook voor de kruising van de Rompertsebaan met de Sint Theunislaan. Beide oversteekplaatsen zijn recent in het nieuws geweest omdat veel gebruikers -ongeacht het vervoermiddel- dit geen veilige plekken vinden. Ik zou me er echter één wensen; op de T-splitsing van de Zevenhontseweg met de Bruistensingel. Ook buiten de spits is het slechts met ware doodsverachting dat ik het aandurf de draai te maken die nodig is om de rondweg te bereiken. Vooralsnog hoor ik er niemand over klagen, -hoewel ik vele andere weggebruikers ook zie tobben- dus het kan aan mij liggen. Maar stiekem hoop ik dat deze oversteek nooit een bijdrage zal leveren aan het aantal verkeersdoden zoals eens de spoorwegovergang bij Orthen dat deed.


Jos van Erp groeide op in Deuteren, woonde in de Muntel en in Orthen. Hij is schrijver van 'Van Bossche Bodem', medeauteur van ‘Orthen 1200’ en is docent van de module Orthen als onderdeel van de cursus Boschlogie.

Deel deze pagina: