Gastcolumn: 'Lunchen'

Gepubliceerd: Maandag 03 december 2018 14:36

Gastcolumn: 'Lunchen'

Door Jos van Erp

Er zijn woorden en uitdrukkingen die je taalsysteem niet binnendringen. Bij mij althans niet. Bij jongeren is dat anders. Zij vormen vaak hun eigen taal en passen zich gemakkelijk aan. Naarmate je ouder wordt lijkt ontvankelijkheid voor nieuwe woorden af te nemen. 

In de jaren 80 was ‘ik heb zoiets van’ gemeengoed in mijn generatie. In de jaren 90 werden toffe gebeurtenissen ‘vet’ en ‘cool’. Dat wilde bij mij al niet meer blijven hangen. Enkele weken geleden vertelde een student in de trein tegen een kameraad dat hij juist een ‘fokking’ appel had gegeten. Zijn maat keek er niet van op. Had misschien zelf wel een kilootje fokking appels op zijn boodschappenlijstje staan. De type appels is mij onbekend. En het plotselinge virus dat mensen een paar jaar geleden heeft aangezet om alles ‘soort van’ te vinden kan alleen maar te onpas worden gebruik. Want er is geen ‘te pas’. 

'Botterham'
Nu heeft dit alles vooral betrekking op woorden en uitdrukkingen die na een tijdje weer uit het taalgebruik verdwijnen. Je moet je er maar niet over opwinden. Er zijn ergere dingen in de wereld. Maar toch. Ook blijvertjes kunnen wel eens vreemd blijven. Zo heeft geen enkel kind in de buurt waar ik ben opgegroeid -Deuteren- tussen de middag ooit geluncht. Nee, wij aten gewoon onze botterham. Ons moeder zorgde ’s avonds voor d’n bik en met een beetje geluk aten we petazzie. Geen idee of je dat zo schrijft want de spelling kregen we er niet bij. Maar toen ik serieus mijn bijdrage ging leveren aan de samenleving botste ik nog wel eens op oneffenheden tussen de lokale kleinschaligheid van mijn afkomst en wat de norm is in de grote wereld.

Religieus ritueel
Zo moest ik in mijn eerste baan regelmatig mensen bellen die ik niet kende. Er was nog geen e-mail dus communicatie kwam aan op mens-mens gesprekken. Het kwam meer dan eens voor dat de receptioniste aan de andere kant van de lijn opmerkte dat ik mijnheer niet kon spreken. Want hij was ‘lunchen’. Het klonk mij als een religieus ritueel in de oren. Ik meende zelfs een licht verwijt te horen bij de receptioniste. Hoe haalde ik het in mijn hoofd om mijnheer te storen tijdens zijn lunch? Het woord ‘lunchen’ is mij in mijn jonge jaren niet bijgebracht en is daarna ook niet ingedaald in mijn taalsysteem. Lunchen is altijd iets geweest wat vooral andere mensen doen. Op grote afstand van mij. Ik heb onlangs toch maar eens wat naspeuringen gedaan. En wat blijkt? Al in het begin van de 19e eeuw was ‘lunchen’ een in de Nederlandse taal geaccepteerd woord. Ik heb stellig de indruk dat dit niet alleen aan Deuteren is voorbij gegaan maar aan heel Den Bosch. En als u mij rond het middaguur wilt bellen? Doe maar gerust. Want ik eet meestal mijn botterhammen op aan mijn bureau. Achter de computer.

Jos van Erp groeide op in Deuteren, woonde in de Muntel en in Orthen. Hij is schrijver van 'Van Bossche Bodem', medeauteur van ‘Orthen 1200’ en is docent van de module Orthen als onderdeel van de cursus Boschlogie.

Deel deze pagina: