Gastcolumn: 'Inbreiden'

Gepubliceerd: Maandag 21 januari 2019 12:09

Gastcolumn: 'Inbreiden'

Door: Jos van Erp

De stad ’s-Hertogenbosch kon pas vanaf 1878 uitbreiden buiten de vestingmuren. Dat was hard nodig, want op de kleine oppervlakte binnen de stadsmuren woonden in die tijd vier keer zoveel mensen als in 1500.

Er waren meerdere jaren nodig om het zand aan te voeren dat gewonnen werd in het heidegebied van Vught. Dit zand werd gebruikt om het laaggelegen gebied ten westen van de vesting zo’n vier meter op te hogen. Voor de ogen van de Bosschenaren ontstond zo een onmetelijke zandvlakte van 2 kilometer lang en 500 meter breed. De streekromanschrijver Walter Breedveld beschreef dit treffend in zijn boek ‘De open stad’. Het is dan ook niet voor niets dat deze wijk ’t Zand werd genoemd.

Begrenzing van de stad
De infrastructuur en bebouwing werden ontwikkeld naar het voorbeeld van de herschepping van Parijs door baron Haussmann; symmetrisch met brede lanen waarlangs statige huizen voor de elite werden gebouwd. De arbeiders woonden aan de randen, dicht bij de fabrieken waar zij werkten. Omdat in deze tijd de spoorwegen tot ontwikkeling kwamen markeerde het stationsemplacement langere tijd de nieuwe begrenzing van de stad.

Toen in het tweede decennium van de 19e eeuw ook nog de Muntel werd gerealiseerd meenden de Bosschenaren dat de stad niet meer groter kon worden. Dus werd er ruimte gemaakt om de Zuid Willemsvaart naar de nieuwe noordgrens te verleggen. Daar was geen geld meer voor maar we danken er de brede, lommerijke wandellaan aan tussen de Willem van Nassaulaan en de Antoon der Kinderenlaan. In de decennia daarna kende de stad vele uitbreidingen zoals Aawijk, plan West, plan Zuid, Kruiskamp, Slagen, Hambaken en Maaspoort.

Leonarduskerk
Ooit was de Leonarduskerk op ‘t Zand gezichtsbepalend voor de entree van Den Bosch wanneer je vanaf Orthen de stad naderde. Al van verre torenden haar statige, ranke torens hoog boven andere bebouwing uit. Deze fraaie kerk had veel geleden tijdens de Bevrijdingsdagen in 1944. Het teruglopend kerkbezoek in de jaren 70 was de nekslag en zo verdween ‘de Leonardus’ uit het straatbeeld.

Om er een gedrocht van een kantoorgebouw voor terug te krijgen. Tot enkele jaren geleden hebben we het er mee moeten doen. Veel meer kantoorgebouwen werden in de jaren 60 en 70 uit de grond gestampt in of nabij woonwijken. Zij blonken doorgaans niet uit in architectonische schoonheid. En in de huidige tijd voldoen zij bij lange na niet meer aan de eisen die gebruikers stellen op het gebied van functionaliteit en bereikbaarheid.

Optimistisch
Onlangs las ik een artikel in het Brabants Dagblad over herbestemming van deze gebouwen. Het Brabants Dagblad ironisch genoeg, want zij waren immers gedurende lange tijd de onfortuinlijke bewoners van het oerlelijke pand waar eens de Leonarduskerk stond. Maar het artikel attendeerde de lezer nog eens op de kansen die de geschetste ontwikkeling biedt; oude kantoorpanden worden ontmanteld en opnieuw opgebouwd als appartementencomplex waarmee de woonfunctie weer wordt teruggebracht naar de stad. Smaakvol en comfortabel.

Mijn oog valt tegenwoordig steeds vaker op deze goed gelukte ‘inbreidingen’ zoals we die onder meer aantreffen aan het Emmaplein, de Helftheuvelweg en op de hoek Pettelaarseweg-Schubertsingel. Ik zie reikhalzend uit naar volgende projecten. Een optimistische gedachte om het jaar mee te beginnen.

Jos van Erp groeide op in Deuteren, woonde in de Muntel en in Orthen. Hij is schrijver van 'Van Bossche Bodem', medeauteur van ‘Orthen 1200’ en is docent van de module Orthen als onderdeel van de cursus Boschlogie.

Deel deze pagina: