Armoede, verzachten of oplossen?

Gepubliceerd: Maandag 02 oktober 2017 09:18

Armoede, verzachten of oplossen?

In ’s-Hertogenbosch groeien 4000 kinderen op in armoede. Het aantal - 4000 - vloeit voort uit een even simpele als kille definitie. Kinderen leven in armoede als het gezin een inkomen heeft lager dan 120% van het sociale minimum. In deze beleidsmatige definitie omvat armoede gemakshalve een duidelijk omkaderde groep volwassenen en kinderen.

4000 kinderen in een welvarende stad in een van de rijkste landen van de wereld. 4000 kinderen die veelal een slechte start in het leven maken. Het beeld in andere Nederlandse steden en gebieden is helaas niet veel anders. Bij het oprichten van de Voedselbanken in Nederland - een behoorlijk aantal jaren terug - voelde menig wethouder zich uitgedaagd - of werd door de gemeenteraad uitgedaagd - om via krachtig en doeltreffend sociaal beleid de Voedselbanken overbodig te maken. Dit kon immers toch niet bestaan in een rijk en welvarend land als Nederland! Armoede Nederland UIT! Die geluiden zijn geheel verstomd. Het lijkt erop dat wij in Nederland armoede als een soort natuurverschijnsel hebben geaccepteerd en het verschijnsel via (particuliere) initiatieven proberen te verzachten.

Die initiatieven zijn gelukkig talrijk. In ’s-Hertogenbosch zijn maar liefs ongeveer 70 kleine en grote, vrijwilligers- en professionele organisaties bezig om armoede - met name onder de 120% groep - te verzachten. Organisaties van bewogen mensen voor wie geen moeite teveel is om de medemens te helpen. Chapeau, chapeau, chapeau! Het kan niet vaak en hard genoeg gezegd worden.

Ook de lokale overheid heeft hierin een duidelijke rol. De basis van een goed gemeentelijk armoedebeleid is een in inhoud en uitvoering ruimhartige en effectieve Bijzonder Bijstand. Een lokale overheid die investeert, initiatieven stimuleert en inhoudelijk verbindt, procedures en processen stroomlijnt, voortgang bewaakt en regisseert. Daarbij de klassieke fout vermijdend dat regisseren hetzelfde is als de baas spelen of de dienst uitmaken. Het bestrijden van armoede is een kerntaak van de lokale overheid.

Bijzonder prettig is het daarbij als ook de Rijksoverheid te hulp schiet. Zoals recent de 100 miljoen euro van staatssecretaris Jetta Klijnsma om de armoede onder kinderen te verzachten. En, niet als laatste. Mensen hebben zelf ook een verantwoordelijkheid. De verantwoordelijkheid -voor wie dat kan - zich te willen ontwikkelen en kansen te grijpen. Om - als ze al geld hebben - daar verantwoord mee om te gaan.
Het armoedeprobleem in Nederland is evenwel groter en ingewikkelder dan de 120%-groep. Wat te denken van de mensen met een inkomen van iets meer dan de 120%-norm? Zij vallen veelal buiten alle armoederegelingen en hebben daardoor effectief waarschijnlijk minder koopkracht dan mensen met een lager inkomen. En wat te denken van het deze zomer verschenen rapport van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid over de positie van de middengroepen. Middengroepen die in zwaar weer verkeren en grote moeite hebben overeind te blijven. Mensen uit de middengroepen hebben in de crisis de hitte van de dag gedragen en moeten nu vaak dubbeltje bij dubbeltje leggen om rond te komen. Voor hen is het schoolgeld van een kind op het ROC écht een hele grote uitgave waarvoor moet worden gespaard. Iedereen kent daarvan in vrienden- of kenniskring de harde voorbeelden.

Om de positie van de 120%-groep en van de (lage) middengroepen duurzaam te verbeteren is een meer structurele - landelijke - aanpak noodzakelijk. De elementen voor die aanpak zijn bekend en worden breed bediscussieerd. Maar, wordt er politiek en bestuurlijk ook écht gekozen? Of, blijft het pappen en nathouden?
Wordt de arbeidsmarkt nu eens écht hervormd? Hervormd, waardoor in ieder geval een substantieel deel van de ongeveer 1 miljoen Nederlanders met flexibele en tijdelijke contracten zicht op een vast inkomen en meer zekerheid krijgen.

Komt er een herziening van het Belastingstelsel met een herverdeling ten gunste van de (lage) middengroepen? Een herziening die het ondoordringbare woud van de Toeslagen vereenvoudigt en begrijpelijk en inzichtelijk maakt voor burgers.

Wordt het eigen risico in de ziektekostenverzekering van 385 euro per jaar verlaagd? Wat is er op de korte termijn tegen dit eigen risico te verlagen en het tekort via belastingen te dekken? 385 euro is voor de een slechts een bescheiden uitgave voor de ander een onoverkomelijk bedrag. Uiteraard moeten de alsmaar oplopende zorgkosten beheersbaar blijven. Dat begrijpt een kind. Om die reden lijkt een herziening van het zorgstelsel noodzakelijk. Daarbij is het teruggrijpen op het oude Ziekenfonds al te simpel. Een prikkel om de zorgverstrekking en -consumptie te beheersen is noodzakelijk.

Is er bereidheid de discussie over het basisinkomen serieus te voeren? Niet generiek, maar bijvoorbeeld voor mensen met een uitkering zonder een reëel perspectief op werk? Willen de landelijke en lokale overheden streven naar duurzame uitstroming uit de uitkering? Mensen meer bagage meegeven en hun kansen op een blijvende baan vergroten.

En, dan heb ik het nog niet over de salarissen en lonen die achterblijven bij de economische ontwikkeling én over een beteugeling van de huren.

Het kan, het kost geld. Zeker. Maar er is ook maatschappelijk draagvlak. Nederland is een rijk land en de kosten gaan altijd voor de baat - koopkrachtverbetering van lagere inkomensgroepen en het in de hand houden van het financieringstekort - uit. Bovendien, mogen we anno 2017 nog een beroep doen op zoiets elementairs als solidariteit De keuze is aan het nieuwe Kabinet. Een keuze die bijdraagt aan het herstellen van het vertrouwen in bestuur en politiek en daadwerkelijk iedereen laat meetellen. Nu het lef nog.

Geert Snijders

Deel deze pagina: